Een vrij syndicaat


Het liberalisme wil een maatschappij uitbouwen die voor zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk vrijheid creëert en waarborgt.
 

Iedere enkeling die gesteld is op vrijheid wenst in een maatschappij te leven waar dit basisprincipe in acht wordt genomen.


Iedereen moet dit recht kunnen uitoefenen. Om dit doel te bereiken moet men alles in het werk stellen zodat een maximaal aantal burgers ervan kan genieten. Daarvoor moet men een meer rechtvaardige maatschappij hebben die iedereen gelijke kansen biedt. Een dergelijke maatschappij wordt dag na dag opgebouwd. Ons vrij syndicaat draagt hiertoe bij in de mate van haar mogelijkheden.


Voor ons is het veroveren van de individuele vrijheid een streefdoel bij uitstek. Vrijheid houdt in dat iedereen zijn persoonlijke mogelijkheden ten volle moet kunnen ontwikkelen en op dezelfde wijze toegang moet hebben tot de culturele en sociale verworvenheden van onze maatschappij.


De uitoefening van deze vrijheid wordt nochtans begrensd door deze van de medeburgers. Er is dus nood aan democratie en gelijkberechtiging. Bijgevolg dienen vrijheid en solidariteit elkaar aan te vullen.


Over de samenvoeging van de termen "Liberalisme en Syndicalisme" heeft steeds enige verwarring bestaan zowel in politieke als syndicale kringen. Deze tegenstelling is slechts schijnbaar. Slechts in een vrije, op liberale en democratische grondslagen gevestigde, maatschappij is syndicalisme mogelijk. Slechts in een klimaat van politieke en economische vrijheid kan het vrije syndicalisme gedijen. In elk anti democratisch stelsel wordt het syndicalisme onvermijdelijk herleid tot een instrument van de machthebbers of tot machteloze of clandestiene groeperingen. Dit laatste zou trouwens een regelrechte aanfluiting betekenen van het artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat in duidelijke termen poneert:

  • Eenieder heeft recht op arbeid, op de vrije keuze van zijn arbeid, op billijke en bevredigende arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  • Allen, zonder enig onderscheid, hebben het recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  • Al wie arbeidt, heeft recht op een billijke en toereikende vergoeding die hem, alsmede zijn gezin, een bestaan verzekert dat overeenkomt met de menselijke waardigheid en die, indien nodig, wordt aangevuld door alle andere middelen van sociale bescherming.
  • Eenieder heeft het recht samen met andere vakverenigingen te stichten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten tot verdediging van zijn belangen.
  • In een vrije democratische maatschappij is een vrij syndicalisme absoluut vereist om een sociaal-economisch evenwicht te verkrijgen.


Het liberalisme is dus een moderne variant van het humanisme.