08/01/2014 - Onze acties brachten verandering

 

Ingevolge onze acties werden wij op 23 december 2013 uitgenodigd bij de Minister van Financiën voor een crisisbespreking.

Deze ontmoeting werd door alle partijen als constructief ervaren

De besprekingen werden begin januari 2014 verder gezet.

Hieronder de actuele stand van zaken.

 

Variabel uurrooster

De op Intranet gepubliceerde vlinderbrochure met de vijf systemen wordt teruggetrokken.

In plaats daarvan voert de overheid een eenvoudig systeem van variabel uurrooster in, binnen de grenzen van de wet van 14 december 2000, waarin de personeelsleden van de niveau’s B, C en D en van de klassen A1 en A2 kunnen kiezen uit 2 stelsels, met als belangrijkste kenmerken :

 

Systeem 1: Tijdsregistratie, deels vaste uren en gestructureerde mogelijkheid tot het nemen van recuperatieverlof.

- Systeem met vaste stam- en glijtijden (de personeelsleden zijn verplicht aanwezig tussen 9u30 en 11u45 en tussen 14u00 en 15u30).

- De personeelsleden kunnen op het werk aankomen tussen 7u00 en 9u30 en vertrekken tussen 15u30 en 19u00. Mogelijkheid om de middagpauze te nemen tussen 11u45 en 14u00. Dit betreffen de glijtijden.

- Recht op recuperatieverlof bij meerprestaties: 6 dagen recuperatieverlof, die kunnen opgenomen worden over een periode van 4 maanden (mits voldoende gepresteerde uren). De chef moet zijn akkoord geven wanneer recuperatieverlof wordt genomen.

- Gemiddeld wordt er 38 uren per week gepresteerd over een periode van 4 maanden.

- De eerste werkdag van het jaar ontvangt ieder personeelslid een bonus aan arbeidsuren ten belope van 3u48.

- Tijdsregistratie.

 

Systeem 2: Geen tijdsregistratie, volledig flexibele uren.

- Systeem met volledig vrij te kiezen arbeidsuren tussen 7u00 en 19u00.

- De personeelsleden kunnen hun aankomst- en vertrekuur volledig vrij bepalen, op voorwaarde dat deze tussen 7u00 en 19u00 liggen.

- Er bestaat geen recht op structureel recuperatieverlof. De arbeidsuren worden vrij gekozen door het personeelslid. Voor een afwezigheid van een halve dag of meer, is het akkoord van de chef vereist (deze afwezigheden worden geregistreerd in My P&O).

- Gemiddeld wordt er 38 uren per week gepresteerd over een periode van 4 maanden.

- De eerste werkdag van het jaar ontvangt ieder personeelslid een bonus aan arbeidsuren ten belope van 3u48.

- Geen tijdsregistratie.

 

Personeelsleden van de niveau’s B, C en D en van de klassen A1 en A2 kunnen vrij kiezen tussen systeem 1 of 2. De keuze kan maandelijks gewijzigd worden en wordt van toepassing de eerste dag volgend op de maand waarin de keuze wordt gemaakt. Deze keuze wordt geregistreerd in My P&O

De personeelsleden van de klassen A3, A4 en A5 werken steeds in systeem 2 (flexibiliteit) en kunnen niet kiezen voor systeem 1. De functies met een dermate belangrijke verantwoordelijkheid vereisen immers dat de betrokkenen in staat zijn flexibel met hun arbeidstijd om te gaan. Momenteel kennen ze reeds een dergelijke flexibiliteit, maar wordt van hen vereist dat ze wel dagelijks aanwezig zijn. In het nieuwe systeem 2 krijgen ook deze personeelsleden de mogelijkheid om hun arbeidsuren op minder dan 5 werkdagen te presteren.

In beide systemen zijn goede afspraken tussen chef en medewerker noodzakelijk teneinde het goed functioneren van de dienst te verzekeren. De aan- en afwezigheden van ieder personeelslid worden in samenspraak tussen medewerker en chef bepaald in functie van de dienstnoodwendigheden en vanuit een teamspirit.

Het huidig systeem van compensatie voor vertragingen van het openbaar vervoer boven de 10 minuten wordt behouden.

Het nieuwe systeem gaat in op 1 januari 2014. De personeelsleden van de niveau’s B, C en D en de klassen A1 en A2 starten op 1/1/2014 in systeem 1 en kunnen vanaf dan een keuze uitdrukken om naar systeem 2 over te stappen. Deze keuze kan iedere maand gewijzigd worden.

De personeelsleden van de klassen A3, A4 en A5 werken vanaf 1/1/2014 steeds in systeem 2 zonder dat ze voor systeem 1 kunnen kiezen.

In afwachting van de veralgemening van het nieuwe badgesysteem waarbij iedereen om veiligheidsredenen badget, is het in het systeem 2 de personeelsleden niet verboden hun arbeidstijd zelf te registreren via de groene prikkaart.

De Overheid verbindt er zich toe om in maart 2014 de evaluatie van het nieuwe variabele uurrooster te bespreken met de representatieve vakorganisaties.

 

Kanteling 2

Voor K2 werd een herziening gevraagd voor de kanteling van de A23 met gecertificeerde vorming.

 

Kanteling 3

Het koninklijk besluit van 19 juli 2013 (Belgisch Staatsblad van 2 augustus 2013) tot vaststelling van de regels volgens dewelke sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën worden aangewezen voor een nieuwe dienst, wordt niet gewijzigd en blijft dus onverminderd van toepassing.

De Overheid verbindt er zich toe, in het raam van de uitvoering van bovenvermeld koninklijk besluit, om:

1) De personeelsleden tewerkgesteld bij de DAVO en de personeelsleden die nog zijn aangesteld in de mechanografische diensten, en die in uitvoering van kanteling 1 werden geïntegreerd respectievelijk in de DAVO en de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, toe te laten - op vrijwillige basis – te muteren naar de standplaats waarin ze reëel zijn tewerkgesteld, zodat hun toestand (de plaats van effectieve tewerkstelling stemt al jaren niet overeen met hun officiële plaats van tewerkstelling) wordt geregulariseerd voor het opstarten van de kanteling 3 (K3). Dit beïnvloedt geenszins hun andere rechten;

2) Te verzekeren dat personeelsleden niet worden benadeeld door de toepassing van artikel 11 van bovenvermeld koninklijk besluit, wanneer zij louter op grond van de anciënniteitsregels vervat in dit besluit batig gerangschikt zouden zijn geweest voor een standplaats. Dit betekent dat diegenen die op basis van hun kantelingsanciënniteit het recht op aanduiding zouden gehad hebben, maar door toepassing van de voorrangsrechten van art. 11 niet in aanmerking komen, in overtal zullen worden aangeduid;

Onverminderd de toepassing van punt 2 :

3) In het opvolgingscomité de gevolgen per standplaats en voor elke entiteit met de respresentatieve vakbonden transparant te evalueren, dit in aanwezigheid van de betrokken administrateur-generaal of stafdirecteur, alsook in het comité te overleggen over de noodzaak om bij te sturen wegens sociale redenen, dit rekening houdend met de functionele behoeften van de organisatie;

In dat kader zal telewerk en het werken in satellietkantoren verder bevorderd worden als tegemoetkoming aan praktische moeilijkheden die personeelsleden ondervinden ten gevolge van de centralisering van de diensten en de K3, dit rekening houdend met het takenpakket van de personeelsleden en in samenspraak met de bevoegde administrateur-generaal of stafdirecteur;

In hetzelfde kader voor de personeelsleden van de lagere niveaus, die geen betrekking behorend tot hun keuze hebben verkregen, soepel te zijn bij hun ambtshalve aanwijzing voor een standplaats en dit in de mate dat het de werking van de diensten niet in het gedrang brengt;

4) Te zorgen voor een duidelijke en ondubbelzinnige communicatie inzake de regels die zullen worden toegepast bij de aanwijzing voor de nieuwe diensten (K3);

5) Mee te delen per standplaats hoeveel plaatsen er beschikbaar zijn per niveau en per klasse en hoeveel personeelsleden daarvoor maximaal prioritair kunnen zijn;

6) De operationalisering slechts uit te voeren, indien dit de werking van de organisatie niet dreigt in het gedrang te brengen. Dit betekent ondermeer een soepele timing te hanteren met betrekking tot de operationalisering afhankelijk van het resultaat van de toewijzingen en betekent eveneens een concrete invulling van de onder punt 3 bedoelde maatregelen.

 

Vergoedingen

Er wordt overwogen een vergoeding in te voeren voor de personeelsleden die werken in “grote agglomeraties”.

 

Sociaal overleg

De wijze waarop dit overleg plaatsvindt zal worden geëvalueerd. De syndicaten zullen van bij het begin van het besluitvormingsproces nauwer worden betrokken.