23/01/2024 - Vergoeding dienstverplaatsingen

Vakbonden FOD Financiën leggen stakingsaanzegging neer.

 
Eind februari 2024 krijgen de meeste personeelsleden van de FOD Financiën voor het eerst maaltijdcheques op basis van hun prestaties die voor januari 2024 werden geregistreerd in Persopoint.
Voor elke dag waarop prestaties werden verricht, wordt een maaltijdcheque van 6,00 euro toegekend.
Er zal per toegekende maaltijdcheque een inhouding gebeuren op de netto-wedde van 1,09 euro voor de werknemersbijdrage. De bijdrage van de werkgever bedraagt 4,91 euro.
Aan 20 werkbare dagen bedraagt het voordeel van de maaltijdcheques theoretisch maximaal 98,20 euro (20 × 4,91 bijdrage van de werkgever) per maand.
 
Voor specifieke werkregimes met onregelmatige prestaties of met lange dagprestaties en dus met veel inhaalrust, kan het aantal maaltijdcheques worden bepaald op basis van een arbeidsregeling van 7u36 per dag.
Reeds 6 maanden vragen de representatieve vakbonden hierover het overleg op te starten, maar langs de kant van de FOD Financiën blijft het stil.
 
 

De invoering van maaltijdcheques dreigt te resulteren in een belangrijk financieel verlies voor rondreizende personeelsleden die een forfaitaire dagvergoeding genoten.

 
De minister van Ambtenarenzaken schafte namelijk vanaf 1 januari 2024 de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding voor dienstreizen in België af (artikels 83 tot 85 van het KB van 13 juli 2017). Deze forfaitaire vergoeding bedroeg 10 euro per dag, geïndexeerd actueel 20,40 euro per dag.
De mogelijkheid blijft wel bestaan om aan personeelsleden die omwille van de aard van hun functie regelmatig prestaties buiten de administratieve standplaats verrichten, een maandelijkse forfaitaire verblijfskostenvergoeding toe te kennen (artikel 86), maar dan ontvangen zij geen maaltijdcheques.
 
Dit forfait moet worden vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal dienstverplaatsingen volbracht tijdens het voorgaande jaar, bij voltijdse prestaties en moet identiek zijn voor alle personeelsleden van een federale overheidsdienst, of van een deel ervan, die dezelfde functie uitoefenen. In tegenstelling tot de vroegere dagvergoeding komen ook de dagen met dienstverplaatsingen van minder dan 6 uur en minder dan 25 km buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats in aanmerking.
De maandelijkse forfaitaire vergoeding mag voor een personeelslid met voltijdse prestaties ook nooit hoger liggen dan zestien keer de vroegere dagelijkse forfaitaire vergoeding.
De toekenning van een maandelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding is vanaf gemiddeld 5 dagen met dienstverplaatsingen per maand voordeliger dan het krijgen van maaltijdcheques en dit forfait volgt bovendien de verdere indexatieverhogingen.
 
 

Aan wie zal een maandelijks forfait worden toegekend?

 
Door de grote verscheidenheid aan diensten en functies is het geen eenvoudige oefening om een forfaitaire maandelijkse verblijfsvergoeding in te voeren voor alle personeelsleden die voorheen genoten van de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding. Het is ook onduidelijk of alle dienstverplaatsingen werden ingegeven in de bestanden van Persopoint. Op een aantal diensten werden er namelijk richtlijnen gegeven dat enkel de dienstverplaatsingen die recht gaven op een dagvergoeding dienden te worden geregistreerd.
 
Uit de cijfergegevens bleek dat het gemiddeld aantal geregistreerde dienstverplaatsingen sterk uiteen loopt voor personeelsleden met eenzelfde functiebenaming en dat er ook heel wat regionale verschillen zijn. Dit is ook logisch, want eenzelfde functietitel omvat meerdere functies die inhoudelijk verschillen.
 
Daarom werden in eerste instantie de functies bepaald doorheen de gemiddelde aantallen, door het werken met 6 categorieën, gaande van 6 tot 16 maal de dagvergoeding. Dit zorgde ervoor dat de nieuwe forfaits nauw zouden aansluiten bij de huidige realiteit en er dus geen grote verliezers of winnaars zouden zijn.
Deze oplossing werd echter verworpen door de Inspecteur van Financiën, die meent dat er voor dezelfde functietitel met één gemiddelde moet worden gewerkt.
Ook worden personeelsleden vanaf A3 arbitrair uitgesloten omdat deze, volgens de overheid, geen of nauwelijks dienstverplaatsingen moeten doen. De overheid sluit tevens arbitrair functies uit, omdat het een beperkt aantal personeelsleden betreft, wat neerkomt op discriminatie.
 
Enkel voor volgende 412 personeelsleden met functies van niveau D tot A2 en met voor 2023 gemiddeld meer dan 5 geregistreerde dienstverplaatsingen per maand zou er een forfait worden voorzien van 60,00 euro (geïndexeerd 122,39 euro); 100,00 euro (geïndexeerd 203,99 euro) of 120,00 euro (geïndexeerd 244,79 euro).
 
- Functie traditionele opsporingen bij het Nationaal Centrum Opsporingen van de AAFisc (80 personen);
- Functie opsporingsagent bij de AABBI (3 personen);
- Functie controle 2de lijn CABC bij de administratie Operaties van de AADA (18 personen);
- Functie controle 1e lijn bij de administratie Operaties van de AADA (199 personen);
- Functie bij de opsporingsinspecties regionaal en dienst TSU van de AADA (86 personen);
- Functie bij de dienst CITT van de AADA (12 personen);
- Functie bij de dienst CNECDA, hondeninstructeurs of centrale component Operaties MOTO CC van de AADA (1 persoon);
- Functie Operaties MOTO, motorijders van de AADA (13 personen).
 
De overige personeelsleden worden uitgesloten van het forfait.
 
 

Actie- en stakingsaanzegging

 
Dat voorstel is onvoldoende, wij vragen dat:
 
- de gegevens in Persopoint worden vervolledigd, zodat er een correcte berekening kan gebeuren;
- er wordt gewerkt met forfaits die nauw aansluiten bij de inhoudelijke realiteit van de functies;
- alle personeelsleden met gemiddeld meer dan 5 dienstverplaatsingen recht hebben op een maandelijks forfait en dat er dus geen minderheden worden uitgesloten;
- er eenzelfde berekeningswijze wordt gehanteerd voor alle personeelsleden met regelmatige dienstverplaatsingen buiten hun administratieve standplaats.
 
De overheid beloofde haar berekeningen na te kijken en beloofde binnen twee weken terug te komen naar de onderhandelingstafel.
 
Om onze eisen kracht bij te zetten hebben de representatieve vakbonden op het sectorcomité II van 23 januari 2024 een actie- en stakingsaanzegging neergelegd voor alle betrokken personeelsleden.